Volg ons: facebook linkedin     lettergrootte: printen
U bent hier: Home > MS-Expertisecentrum > Over MS

Over MS

Informatie over multiple sclerose


MS is een chronische, progressieve aandoening van de witte en grijze stof van het centraal zenuwstelsel waarbij laesies (=plaques) optreden die gekenmerkt worden door enerzijds aantasting van myeline (=demyelinisatie) en anderzijds ontsteking (=inflammatie). Tevens raken ook de axonen zelf beschadigd (=neurodegeneratie), deels door de hiervoor genoemde demyelinisatie en inflammatie, deels door een `spontaan` degeneratief proces dus zonder vorming van plaques. De steuncellen zullen door remyelinisatie en neuroregeneratie (=zenuwherstel) proberen de schade te herstellen. De mate van neurodegeneratie is uiteindelijk bepalend voor de mate van invaliditeit bij MS.

Om wat er mis gaat bij MS en de gevolgen beter te kunnen begrijpen is eerst meer inzicht in anatomie en fysiologie (=werking) van een gezond zenuwstelsel gewenst.

Anatomie

Het zenuwstelsel bestaat uit een centraal en een perifeer zenuwstelsel. Het centraal zenuwstelsel wordt gevormd door hersenen (grote en kleine hersenen en hersenstam) en ruggenmerg. Het perifeer zenuwstelsel bestaat uit 12 paar hersen- en 31 paar ruggenmergzenuwen.

Centraal zenuwstelsel:                                                   

        

Perifeer zenuwstelsel (hersenzenuwen): 

 

 

Perifeer zenuwstelsel: ruggenmergzenuwen: 

 

Het zenuwstelsel is opgebouwd uit zenuwcellen (=neuronen) en steuncellen (=neuroglia).

Een neuron bestaat uit een:
  
•    Celkern
•    Cellichaam
•    Neurieten (= axonen en dendrieten)
•    Myeline 
•    Insnoering van Ranvier
•    Synaps 

Myeline is opgebouwd uit eiwitten en ligt als een isolatielaag om het axon heen. Myeline zorgt voor een goede prikkelgeleiding door de zenuwen.

Steuncellen beschermen en ondersteunen de neuronen, voorzien ze van voeding, vangen schadelijke stoffen weg en maken de myeline rondom de axonen. Het zenuwstelsel heeft 10 tot 50 keer meer neuroglia dan neuronen.

Wat gaat er mis bij MS?

MS is een chronische, progressieve aandoening van de witte en grijze stof van het centraal zenuwstelsel waarbij laesies (=plaques) optreden die gekenmerkt worden door enerzijds aantasting van myeline (=demyelinisatie) en anderzijds ontsteking (=inflammatie). Tevens raken ook de axonen zelf beschadigd (=neurodegeneratie), deels door de hiervoor genoemde demyelinisatie en inflammatie, deels door een ‘spontaan’ degeneratief proces dus zonder vorming van plaques. De steuncellen zullen door remyelinisatie en neuroregeneratie (=zenuwherstel) proberen de schade te herstellen. De mate van neurodegeneratie is uiteindelijk bepalend voor de mate van invaliditeit bij MS.

MS treft over het algemeen jongvolwassenen (tussen de 20 en 40 jaar met een piek rond de 30 jaar) en komt meer voor bij vrouwen dan bij mannen. Nederland telt meer dan 16000 mensen met MS, jaarlijks komen er ongeveer 270 bij. MS wordt gekenmerkt door plotselinge verslechteringen (=exacerbaties/schubs) gevolgd door spontane verbeteringen (=remissies). MS kan echter ook vanaf het begin geleidelijk progressief zijn.


Oorzaak  

De oorzaak van MS is onbekend. Immunologische, aanleg- en omgevingsfactoren lijken een grote rol te spelen.

Immunologische factoren: Op de één of andere manier lijkt het immuunsysteem van iemand met MS ontregeld te raken, het lichaam ‘valt’ het eigen myeline ‘aan’ > demyelinisatie > de prikkelgeleiding door de zenuwen wordt geheel of gedeeltelijk geblokkeerd > uitvalsverschijnselen. 

Aanlegfactoren: MS kan familiair voorkomen (familieleden van mensen met MS hebben een grotere kans zelf ook MS te krijgen). Een kind van een ouder met MS heeft ongeveer 4% kans zelf ook MS te krijgen; bij een ééneiige tweeling van wie de één MS heeft, is de kans voor de ander ongeveer 25-35% om zelf ook MS te krijgen.   

Omgevingsfactoren: MS komt meer voor in landen met een gematigd, koel klimaat dan in landen met een warm klimaat. Mogelijk speelt vitamine D een rol. Bij migratieonderzoek is gebleken dat bij migratie ná de puberteit, de migrant de kans op MS van het land van herkomst behoudt, bij migratie vóór de puberteit neemt de migrant de kans op MS over van het land zelf. Mogelijk speelt een infectie op kinderleeftijd, onduidelijk welke, een rol. 

Vormen en beloop

Relapsing-remitting: De vorm van MS die met acute verslechteringen en geleidelijke verbeteringen verloopt. Ongeveer 80 procent van de mensen met MS begint met de RR-vorm.

Secundair progressief: Deze vorm volgt meestal de RR-vorm op en toont een langzame achteruitgang, zonder dat er nog duidelijke momenten zijn van verslechtering en verbetering.

Primair progressief: Hierbij is er vanaf het begin af aan een geleidelijke verslechtering, er zijn geen duidelijke momenten van verbetering en van verslechtering te herkennen. Dit is meestal een vorm die op oudere leeftijd en meer bij mannen ontstaat en snel tot invaliditeit leidt.

Diagnose

Op basis van anamnese (bijvoorbeeld moeheid, problemen met het zien, gevoelsstoornissen en krachtsverlies) en lichamelijk onderzoek (bijvoorbeeld verhoogde reflexen, gevoelsstoornissen en loopstoornissen) wordt aan de diagnose MS gedacht. Met behulp van MRI van hersenen en ruggenmerg en eventueel liquoronderzoek wordt de diagnose bevestigd.

Voorbeelden van witte stofafwijkingen op een MRI van iemand met MS.

Naast witte stofafwijkingen kunnen er ook grijze stofafwijkingen gevonden worden bij MRI onderzoek van mensen met MS, zichtbaar als de zogenoemde black holes. De grijze stofafwijkingen worden veroorzaakt door atrofie van hersenweefsel (= oa tgv demyelinisatie zijn de axonen definitief beschadigd en is hersenweefsel verloren gegaan). Atrofie van hersenweefsel leidt tot cognitieve problemen zoals bijvoorbeeld geheugenverlies.

Criteria voor het stellen van de diagnose MS:
Dissociatie in tijd en plaats van bij demyelinisatie passende laesies. Andere mogelijke diagnoses moeten zijn uitgesloten. 

Gevolgen

MS is van grote invloed op het functioneren. 
Op de volgende gebieden kunnen zich problemen voordoen:
•    energie
•    zien
•    spreken
•    slikken
•    stemming
•    cognitie
•    uitscheiding (blaas, darm)
•    beweging
•    gevoel
•    pijn
•    seksualiteit/intimiteit


Behandeling

MS is niet te genezen. Behandeling is bij voorkeur multidisciplinair. 

Medicamenteuze mogelijkheden: 

immunomodulerende medicatie

o        doel: ziekteactiviteit remmen door beïnvloeding ontstekingsproces

o        voorbeelden:

  • interferon beta (avonex, betaferon, rebif)
  • glatirameer (copaxone)
  • natalizumab (tysabri)
  • fingolimod (gilenya)
  • immunoglobulinen
  • methotrexaat
  • mitoxantrone

medicatie bij relapses/schubs

o        doel: bekorten relaps/schub
o        voorbeeld: corticosteroïden (prednison)

symptoombestrijding

o        voorbeelden:

  • amantadine (symmetrel) bij vermoeidheid
  • laxantia bij darmfunctieproblematiek
  • vesicare bij blaasfunctieproblematiek
  • pijnstilling
  • spasmolytica (baclofen, sirdalud) bij spasticiteit
  • antidepressiva bij stemmingsproblematiek
  • sildenafil (viagra) bij erectieproblematiek

 



Website ontwikkeling en ontwerp Designs [marketing & media concepts]
© Nieuw Unicum 2017 - alle rechten voorbehouden